De PHAEO

 

In de standaard zijn een aantal uitingsvormen van de PHAEO opgenomen:

 

  • Phaeo wit recessief en dominant
  • Phaeo geel (ivoor) intensief en schimmel
  • Phaeo rood (ivoor) intensief en schimmel
  • Phaeo geel (ivoor) mozaïek , type 1 en 2
  • Phaeo rood (ivoor) mozaïek , type 1 en 2

De keuze om deze vogels in verschillende kleurslagen te kweken is best groot.

Dominant of recessief wit Phaeo zijn beide types erkend. De recessief witfactor zal harder overkomen dan ten opzichte van de dominant witfactor. De dominant witfactor hoeft maar 1 keer aanwezig te zijn om zich te uitten. Dit betekend dat maar 1 van de kweekvogels dominant wit hoeft te zijn om dominant witte nateelt te krijgen. Bij de recessief witfactor moeten beide vogels de factor bezitten of er verervend voor zijn. Bij de phaeo’s met wit lipochroom wordt geen onderscheid gemaakt tussen schimmel of intensief

Door het in kweken van de ivoorfactor komt de grondkleur zachter over en geeft een mooie samenvloeiing van het bruin. De grondkleur moet wel duidelijk blijven zodat wij geen twijfel mogen hebben tussen een witte of een ivoor grondkleur. Als er twijfels zijn over de grondkleur zullen deze vogels niet in de prijzen vallen.

De moeilijkheidsfactor bij de mozaïeken type 1(poppen) is een perfecte oogstreep te krijgen.

Verder is er een onderscheid tussen een man en een pop. De man heeft een groter contrast (de melanine is donkerder) met echter een minder phaeomelanine bezit. De pop is egaler en minder contrastrijk. De man bezit minder phaeomelanine op de borst en rond de snavel dit is een mannen eigenschap en mag hiervoor niet bestraft worden.

Uit onderzoek van een phaeo veer is geconstateerd dat de phaeomelanine zich langs de buitenzijde van de veer bevindt en dat het gedeelte langs de schacht kleurloos is. Omdat de melanisatie rond de schacht van de pennen, van de dekveren en de contourveren van de rug en flanken melanineloos zijn geworden komt er schubvormige tekening tot stand. Bij phaeo’s met de gele en rode grondkleur is de vetstof terug gedrongen tot de zones zoals bij een mozaïek kanarie. Dit geeft de indruk met een slechte mozaïek te maken te hebben. Bij de echte mozaïeken is de vetstof echter aanwezig op de onderbuik.

Hoe korter de bevedering hoe sterker de concentratie van de kleurstoffen. Een lange bevedering geeft een groter spreidingsvlak. Bij een korte bevedering kunnen het pigment en de vetstofkleuren doordringen tot in de eindpunten van de veren. Dit is bij een langere bevedering niet mogelijk waardoor de uiteinden niet voorzien worden en deze dus kleurloos blijven.

Bij de phaeo moet veel aandacht geschonken worden aan de lengte van de bevedering om lumps te voorkomen. Ook een verloren pen is een grote ramp omdat een nieuwe pen veel minder bruin omzoomd zal zijn. Op de laatst gehouden show te apeldoorn werd een stam overjarige phaeo’s kampioen met witte staart pennen zonder bruine omzoming dat is een ernstige fout natuurlijk!

De phaeo is een autosomale recessieve mutatie en zit op het zelfde gen als de topaas. De mutatie moet op beide chromosomen aanwezig zijn wil het phenotype tot uitdrukking komen.

 

 

Vererving:

  • Phaeo x Pheao is 100% Phaeo
  • Phaeo x Niet Pheao is 100% split Phaeo
  • Phaeo x Split Pheao is 50% Phaeo en 50% split Phaeo
  • Split Phaeo x Split Pheao is 25% Phaeo 50 % split Phaeo en 25 % niet Phaeo(homozygoot)

Uit de laatste paring worden zowel split Phaeo’s als niet Phaeo’s geboren deze vogels zijn uiterlijk niet van elkander te onderscheiden. Men kan Pheao’s kweken via zwart of bruine vogels via zwart zijn de vogels wat harder en uit de bruin serie wat egaler.. Het verschil kan men alleen maar zien door de vogels op te blazen het dons bij de jongen uit de zwarte vogels is zwart bij de bruine vogels bruin ( niet te veel doen want dan loop je rood aan (grapje) ). Beide vogels hebben de zelfde standaard dus moeten aan de zelfde eisen voldoen. Om split vogels te kweken gebruik ik bruine vogels van het oude type maar wel met onderbroken bestreping. ( dus geen vogels waar de bestreping in een lijn liggen) Deze vogels zijn immers rijk aan phaeomelanine.

Ook heb ik geprobeerd om bruine en zwarte vogels te gebruiken met een brede en afgelijnde bestreping . Deze paringen waren zeer teleurstellend ik kreeg hieruit jongen waarvan de gevraagde schubtekening(marmering) niets meer te merken was maar de nakomelingen hadden een lijn tekening. Ik ben van mening dat deze paringen totaal niet interessant zijn. De foto’s bij dit artikel kunt u de verschillen zien van een schubtekening ( marmering) en de niet gevraagde lijntekening welke steeds vaker voorkomt in de zuidelijke landen.

De mutatie PHAEO wordt gekenmerkt door de remming van het eumelanine en de uiting ven het maximale aanwezige bruine phaeomelanine in de vorm van een goed contrasterende marmertekening. Deze marmertekening is de belangrijkste eigenschap van de phaeo .Deze marmertekening moet regelmatig verdeeld zijn op de rug en mag geen witte lijnen vormen. De gemelaniseerde kop en de flanken laten een tekening zien die vertrekt vanaf de snavel tot op de stuit. Bij intensieve phaeo’s zal het marmer patroon minder uitgesproken zijn. De bruine tint uit zich over de hele kanarie. Geen enkel spoor van eumelanine is toegestaan in de bevedering. Poten,nagels en snavel zijn licht van kleur. De ogen zijn robijn rood ( bij vogels uit de zwartserie is het oog iets donkerder)

Een aantal belangrijke eisen voor de Phaeo zijn:

  • Het melaninebezit moet aan de snavelbasis beginnen.
  • Er moet een goed marmeringspatroon aanwezig zijn op kop ,rug en flanken.
  • Het phaeomelanine bezit moet zo maximaal mogelijk zijn, zonder dat de marmering wordt aangetast.
  • Volledige bruine omzoming van de vleugel en staartpennen.
  • De poten moeten vleeskleurig zijn, de snavel en nagels hoornkleurig.
  • De oogkleur is robijnrood.
  • Een duidelijke zuivere en egale grondkleur, deze moet goed waarneembaar zijn.
  • Volledige intensiviteit bij de intensieve vogels en een egale, korte schimmel bij de schimmel vogels.
  • Bij de mozaïek vogels een diep gekleurd en maximaal contrasterend mozaïek patroon.

 

 

 

Daar ik weet dat een aantal leden van ons phaeo’s kweken hoop ik op onze COM show van het jaar mooie exemplaren te mogen bewonderen. Ook niet leden kunnen natuurlijk inzenden en zijn van harte welkom.

Han Lucas ( keurmeester ANBvV)