De Jaspis ( een bonte vogel ?? )

Geschiedenis :

Jose Antonio Abellan ( fokker van kanaries en inheemse gemuteerden )  uit Spanje is de kweker die de Jaspis heeft ontwikkeld. Begonnen in 1996 met een pastel Magellaan sijs. Het heeft een tiental jaren geduurd voordat alle kenmerken van een kanarie er goed in zaten. ( vorm, grootte, voortplanting enz.)

Erkenning :

Op de COM show in 2006 te Vicenza ( Italië ) en Reggio ( Italië ) werden de eerste Jaspissen aan het publiek voorgesteld.

Op het WK 2012 te Almeria ( Spanje ) haalde de eenvoudige verdunde Jaspis ( EF ) de tweede fase van de erkenning. Er werden toen meer als 100 Jaspis door Spanjaarden ter keuring aangeboden.

Op de WK 2013 te Hasselt ( België ) werd de Jaspis ( EF ) niet erkend. Er is toen een hele boel commotie geweest over de aangeboden Jaspis vogels. Een stam met een vogel erin met een zeer lichte depigmentatie achter het hoofd werd gediskwalificeerd. Naderhand is door het OMJ besloten om de erkenningsprocedure voort te zetten en de Jaspis in januari 2014 te Bari opnieuw ter erkenning te laten aanbieden.

Op de WK 2014 te Bari ( Italië ) verkreeg de Jaspis ( EF ) de definitieve erkenning. Om er zeker van te zijn dat de goede Jaspis vogels ter erkenning zouden worden aangeboden organiseerde COM Spanje in december 2013 een voorselectie. 5 vooraanstaande Spaanse OMJ KM hebben de vogels gesorteerd. En met succes.

Er is ook een Europese Jaspis speciaal club die te vinden is op à http://club-europeen-du-jaspe.skyrock.com/1.html. Het eerste Jaspis kampioenschap werd gehouden in oktober 2009 te Bordeaux. In 2011 werd deze TT in Waremme gehouden. De andere jaren steeds in Bordeaux. Ieder jaar te zien enkele honderden Jaspissen in alle kleuren en variaties.

Standaard N.B.v.V :

Op dit moment zijn de zwartjaspis, bruinjaspis en agaatjaspis in de enkelfactorige vorm erkend. De isabeljaspis is nog niet erkend. De dubbelfactorige jaspis geeft momenteel nog teveel reductie van de melanine waardoor deze kleurslag onvoldoende herkenbaar is. De jaspisfactor zorgt voor een wijziging van de melanine ( eumelanine ) in de schachten en aan de buitenzijde van de veren. De jaspisfactor zorgt voor een aanzienlijke vermindering van zwart en bruin eumelanine. Tussen de donkere zones wordt de melanine lichter. Er komt een egale melanine reductie over het geheel van de vogel. De bestreping blijft in de vorm van de klassieke vogels. Het phaeomelanine en  het lipochroom worden niet aangetast. Een groot en zeer bepalend kenmerk is de grote reductie van de melanine in de eerste slagpennen à spiegels. Dit ziet men ook in het centrale gedeelte van de buitenste staartpennen. De kop en de flanken zijn duidelijk gestreept. De jaspis komt voor met witte, gele of rode lipochroomkleur. Geel en rood kan gecombineerd zijn met ivoor en / of mozaiekfactor. De snavel, poten en nagels hebben dezelfde tint als bij de klassieke vogels. Om de spiegels te accentueren wordt geen opkleuring gevraagd. D.w.z. de rode jaspis mag geen rode gekleurde spiegels laten zien.  Nieuw ingaande dit keurseizoen. Hoe men dit als rode jaspis kweker voor elkaar kan krijgen is voor mij een vraag ? ( niet meer opkleuren in nest !!) Bij doorgekleurde pennen wordt dezelfde bestraffing gehanteerd als bij de mozaïeken.

Keuring :

De keuring van de jaspis is ( naar mijn ervaringen ) een heel subjectief gebeuren. Zeker voor KM die zich niet vertrouwd hebben gemaakt met de kweek van deze vogels. De aanwezigheid van een bepaalde hoeveelheid melanine in de oudervogels bepaald de uiting, diepte van de melanine in de jonge vogels. Daar de jaspis niet in grote getale worden gekweekt en weinig ter keuring worden aangeboden is er weinig vergelijkingsmateriaal op een keuring voor een KM. Bepaling en beoordeling van de reductie bij de vogels is dan erg subjectief. Nogal wat jaspis vogels worden aangeboden terwijl ze te weinig reductie laten zien en veel te veel op een pastel of grijsvleugel lijken.  Al menige agaatpastel of isabelpastel wordt zo ter keuring aangeboden terwijl het slechte gereduceerde jaspisvogels zijn. ( zeker in de isabelserie worden de KM regelmatig door inzenders voor gek gehouden ) . Aangeboden worden vaak vogels met vleugel en staartpennen waarin geen lipochroom te zien is. Heel fout. Als KM zullen we zeker die elementaire kenmerken steeds moeten blijven eisen en indien niet aanwezig daarvoor ook ruim bestraffen.

Kweek :

Door de onafhankelijke en dominante vererving is het gelijk al raak in het eerste kweekjaar.  In de nesten kan men gelijk de zwart, bruin of agaatjaspis herkennen aan de dons kleur. Bij de isabeljaspis wordt herkenning al moeilijker. Donskleur bij zwart à zwartgrijs, bij bruin à hazelnootkleurig en bij agaat à lichtgrijs. De niet jaspis jongen zijn gelijk aan homozygote jongen zwarte, bruine en agaatvogels. Deze vogels zijn naderhand niet meer te herkennen. Men ziet niet dat zij uit jaspis komen. Deze vogels kunnen een erg goede kwaliteit hebben en zodoende gespeeld worden op de TT. Sommigen beweren dat men kan zien dat ze over jaspis gekweekt worden maar mijn ervaring van de afgelopen jaren met de jaspis zegt dat e.e.a. lulkoek is. Wel blijft nog een vraag over : durft men deze vogels die uit de jaspiskweek komen te gebruiken voor de kweek van b.v.  homozygote vogels uit de zwart, bruin of agaatserie ?? Ik heb daar zelf geen ervaring mee. Gevoelsmatig zou ik dat ook niet doen. Je praat toch over vogels die uit een reductievogel komen. Men kan zeker niet spreken over      ‘ split ‘ vogels. Maar toch ??

Afhankelijk van de kwaliteit van de oudervogels en de daarin aanwezige melanine en een reductie die niet steeds hetzelfde is en ook nog niet altijd op de zelfde veervelden geeft uiteindelijk een grote variatie in gekweekte jaspis vogels. Enkele opgebleekte pennen of  enkele niet gereduceerde pennen zijn vaak te zien in de jonge vogels. Dat is natuurlijk niet goed als men deze vogels als TT-vogels aanbied en de KM zal e.e.a. zwaar moeten bestraffen. Is een vorm van bontheid !!

 

Vererving :

*Jaspis EF x jaspis EF à 50 % jaspis EF / 25 % jaspis DF en 25 % klassiek

*Jaspis EF x jaspis DF à 50 % jaspis EF en 50 % jaspis DF

*Jaspis EF x klassiek à 50 % jaspis EF en 50 % klassiek

*Jaspis DF x Jaspis DF à 100 % jaspis DF

*Jaspis DF x klassiek à 100 % jaspis EF

Toekomst :

Persoonlijk denk ik dat de toekomst van de jaspis afhankelijk is van het steeds weer refereren aan de elementaire kenmerken van de jaspis. Bv : de duidelijke spiegels en lipochroom kenmerken. Wijken we daar als kweker en zeker als KM steeds meer ( in kleine stapjes ) vanaf dan is er op enig moment geen verschil meer tussen jaspis, pastel en of grijsvleugel.

Het feit dat we de jaspis via bastaardering met een sijs hebben bekomen en tegennatuurlijk een vogel hebben gecreëerd die op bepaalde plekken wel en op andere plekken geen lipochroom mag laten zien is een raar gegeven.  Het zijn eigenlijk bonte vogels. Al in 2009 gaf vogelprofessor Gilbert van den Borre uit België aan dat men gek geworden was om deze bonte vogels te accepteren binnen de COM. Het kan dan ook niet anders dat door verder kweken en ontwikkelen de beoogde jaspiskenmerken moeilijk zijn vast te leggen.

 

Martien Snellings

KM Kleur N.B.v.V / COM