Agaat rood mozaïek

Als we het over een mozaïek hebben dan mogen we gerust stellen dat de agaat rood mozaïek meer dan zijn reputatie verworven heeft. Bij vele mozaïekkwekers zeker één van de kleurslagen die ze ooit op hok hadden. De klassieke agaat rood mozaïek oogt niet enkel mooi maar het is ook de kleur waarmee de vele mutaties het eveneens zeer goed doen. Het grote contrast bij de agaat rood mozaïek geeft ons een aantrekkelijke kleurkanarie. Tevens zorgen de gereduceerde fond in combinatie met een diep rood mozaïek patroon voor een aantrekkelijke kleurencombinatie. Het mozaïekpatroon is best tot in de perfectie te brengen bij zowel de mannen als poppentypes zodat er echte topvogels kunnen worden gebracht.

De andere kant van de medaille is dat de minste fout als een teveel ongewenst rood of het minste phaeo bruin als echt storend overkomt. Om deze reden zijn we dan ook verplicht de vogel in de perfectie te brengen wat betekend dat een agaat mozaïek, welke aan de standaard beantwoord, dan ook als een echte topvogel mag aangezien worden binnen ons kleurkanarie bestand.

   

De standaardnormen:

Bij de agaat rood mozaïek, streven we de algemeen geldende eisen van de agaatkanarie na. Rekening houdend met mannen en poppen types uiteraard.

De bestreping:

Zal uiteraard uniform over het geheel zijn. De rugbestreping, in harmonie met de flanken, loopt naar de borst toe. M.a.w. we gaan naar een minder zwaar bestedingspatroon vergeleken met de kanaries uit de zwartreeks. De bestreping moet duidelijk onderbroken zijn juist doordat de bruine phaeomelanine, welke grenst aan de eumelanine, bij de agaat afwezig is. Hierdoor krijgen we dus een onderbreking van het bestrepingspatroon en ook een duidelijke kleurloze omzoming van de pennen in vleugels en staart. Ook de vleugel dekveren moeten een kleurloze omzoming bezitten. Volledig gemelaniseerde pennen (zonder kleurloze “agaat”omzoming) zijn foutief! Verder eisen we een zo donker mogelijke eumelanine; maximaal zwart wat meestal bij de poppen iets minder briljant overkomt tegenover bij de mannen.

Op de kop vragen we eveneens een duidelijke bestreping die naar de snavel toeloopt. De bestreping op de kop moet scherp en net aanwezig zijn; de overgang naar de rug moet zonder onderbreking in de nek. Deze kopmelanine zal bij poppen meestal dichter tot de snavel komen maar zich iets minder contrastrijk uiten.

Elke vorm van phaeomelanine is ongewenst. Dus een heldere agaat grijs witte fond.

Het mozaïekpatroon moet vanzelfsprekend compleet en krachtig gekleurd zijn. De minste fouten als een te zwak of een te zwaar aanwezig patroon zal onmiddellijk zorgen voor een sterk storend effect en leiden tot puntenaftrek. Correcte scherpe aflijningen zijn gewenst.

Op de schouder vragen we een duidelijke krachtige rode lipochroomkleur; bij poppen iets minder groot vergeleken met de mannentypes. De rode kleur uit zich tot op de toppen van de veertjes! Geen enkele vorm van onregelmatige kleur is toegestaan. Dit wordt bestraft in de lipochroomkleur op de keurfiche. Zowel de oogstreep als het masker moeten volledig en krachtig diep rood gekleurd zijn. Bij de poppen een duidelijke oogstreep zonder meer. Bij de mannen een volledig masker, boven en onder de snavel. Alle veertjes binnen het masker moeten gekleurd zijn. De kleur van het masker moet zo egaal mogelijk zijn over het gehele masker; boven de snavel kan dit soms iets donkerder overkomen maar dit moet niet als foutief aanzien worden omdat dit de wijten is door de mix van de lipochroomkleur met de daar aanwezige melanine. Op de borst hebben we de borstvlek. Afhankelijk van de hoeveelheid aanwezige lipochroomkleur kan deze meer of minder aanwezig zijn. Vandaar dat ze bij de poppen steeds kleiner is in vergelijk met het mannentype. Het dieptepunt van de borstvlek bevindt zich in het midden uiteraard zonder al teveel uitloop naar de flanken en/of het masker. Masker en borstvlek moeten onderbroken zijn als we over de betere mozaïek spreken. Verder is er ook de vlek op de stuit. Deze geeft meestal weinig problemen behalve dat ze soms tweekleurig kan zijn war uiteraard foutief is. Geen lipochroomkleur in vleugel en staartpennen. Indien er toch rood gekleurde vleugel- of staartpennen zijn gaan we, naar mate van de hoeveelheid, één of meerdere punten in mindering brengen in de rubriek categorie. In dergelijk geval geven we geen 5 punten op algemene indruk.

Kweekadvies:

Bij de kweek van agaat rood mozaïek zullen we uiterst selectief te werk moeten gaan. Inbreng van andere kleurslagen zie ik niet onmiddellijk als de boodschap. Ook het redelijk ruime aanbod van agaat rood mozaïek laat ons toe om via selectie te werken. We vragen een goed contrast. Over de eumelanine is er weinig discussie; we werken met vogels met een uitgesproken zwart eumelanine bezit waar de omzomingen goed zichtbaar zijn. Nauwlettend de kop bestreping in de gaten houden; deze moet scherp aanwezig zijn. Vele agaten zijn verervend voor tal van mutaties waardoor het fenotype (uiterlijk) van de agaat rood mozaïek er anders kan gaan uitzien. Om deze reden wens ik minder diep in te gaan of de fond nu witter of grijzer enz.… er moet uitzien.

Een heldere, zuivere grijs-witte fond is correct. Geen zichtbare phaeomélanine en een gitzwart onderbroken harmonieus bestrepingspatroon. Dat zijn onze selectiefactoren.

Voor de rest gaan we onze koppels zo samenstellen dat ze elkaar aanvullen om ons een zo compleet, en correct mogelijk, mozaïekpatroon gaan opleveren.

Niet teveel vogels gebruiken met kenmerken als poppen voor mannentypes en mannen voor poppentypes want hier riskeren we soms mozaïeken in te schakelen welke uit de kweek van intensief x mozaïek ontstaan zijn; en dat is de verkeerde richting voor topmozaïek kweek.

Ik wens jullie allen veel succes met deze prachtige kleurkanarie.

Johan van der Maelen

C.O.M. keurder sectie D.

Tekst en foto’s / Johan van der Maelen